Verwerken van graszoden

Graszoden kunnen in opgerolde toestand niet langer dan 24 uur in goede conditie blijven. Indien ze niet direct worden verwerkt, moeten ze worden uitgerold en met water worden besproeid.

Grondbewerking voor het leggen van de graszoden

De grond dient ca. 30 cm diep (1 steek diep) omgespit te worden. Indien de ondergrond vast is, zal dieper moeten worden gespit (2 steken diep). Het is goed om tijdens het spitten alle ongerechtigheden (zoals stenen en wortelonkruiden) te verwijderen. De grond waarop u de graszoden gaat leggen moet volkomen vlak zijn. Bovendien moet de grond na het spitten weer in vaste toestand zijn. Alle oneffenheden moeten met bijvoorbeeld een hark gelijk gemaakt worden. Daarna dient de grond weer vast gedrukt te worden (met de voeten of een zware rol), waarna het bovenste laagje los en fijn geharkt moet worden. Overigens kan het schadelijk zijn bovenstaande werkzaamheden in natte grond uit te voeren, het beste is te wachten tot de grond droog is.

Bemesting

Is de grond vlak, dan strooit u per 100 m² ongeveer 4 kg. langzaam werkende meststof, welke daarna licht ingeharkt moet worden. Deze meststof bevat alle voedingsstoffen die voor een goede en gezonde start noodzakelijk zijn. Werkt u op heel zure grond (pH lager dan 5) dan zal een kalkbemesting noodzakelijk zijn.

Graszoden leggen

Zorg dat de grond voldoende vochtig is (indien nodig de grond van te voren met water besproeien). Zorg ervoor dat de graszoden niet uitdrogen, bescherm ze tegen de zon.

  • Rol de graszoden (na ontvangst zo snel mogelijk) uit en leg ze zo dicht mogelijk tegen elkaar aan.
  • Vul de naden tussen de zoden op met de aanwezige grond of potgrond en vul de zijkanten aan met grond, zodat deze niet kunnen uitdrogen.
  • Na het leggen van de zoden moeten ze stevig worden aangerold of aangedrukt.
  • Geef direct na het leggen voldoende water.

Nazorg

Geef bij droogte de eerste weken voldoende water. Al na 2 of 3 weken zijn de graszoden vastgegroeid en is de kans op uitdrogen minder groot (hoewel bij droog weer het gras wel goed in de gaten moet worden gehouden). Zes tot tien dagen na het leggen kunt u beginnen met maaien. Maai de eerste weken niet korter dan 4 cm. Daarna kunt u geleidelijk terug gaan tot een maaihoogte van ongeveer 2,5 a 3 cm. Na ongeveer 3 maanden kunt u, direct na een maaibeurt, nogmaals 4 kg. per 100 m² langzaam werkende meststof strooien.